Rekenen met tafels

Met tafels rekenen

De rekentafels: iedereen die op de basisschool in groep 4 of 5 zit, heeft ermee te maken. En ook later blijken die tafels toch nog wel eens van pas te komen! Informatie over de 10 tafels vind je hier.

Basisvaardigheid voor rekenen

Het wordt als een algemene basisvaardigheid voor rekenen gezien dat je de 10 tafels uit je hoofd kent. In groep 4 en 5 is het zover: het leren van de tafels. Voor sommigen is het in je hoofd stampen van de rijtjes een makkie, maar anderen hebben er meer moeite mee. Toch is het een vaardigheid die erg handig is als je snel iets uit je hoofd uit moet rekenen.

De 10 tafels bij rekenen

De eerste 10 tafels worden als de basis beschouwd. In groep 4 leert men tafel 1 t/m 5 en in groep 5 de rest, 6 t/m 10. Het is een goed hulpmiddel om snel keersommen – vermenigvuldigen – op te lossen. Naast dat het een kwestie is van de tafels in het geheugen stampen, helpt het ook om veel te oefenen met keersommen.

Tafels met tientallen

De tafels zijn ook handig bij rekenen met grotere aantallen. Als één deel van de keersom een tiental is, komt er één extra nul bij. Als beide delen een tiental zijn, komen er twee nullen bij. Een voorbeeld:

3 x 4 = 12
3 x 40 = 120
30 x 40 = 1200

De basis van de 10 eerste tafels is dus ook toepasbaar op grotere aantallen.

Keersommen opsplitsen in kleine stapjes

Aantallen die niet zo mooi rond zijn als bijvoorbeeld tientallen kun je in verschillende delen splitsen. Zo kun je de tafels gebruiken als je het in stapjes uitrekent. Bijvoorbeeld:

3 x 34 wordt:
3 x 30 = 90 (want dit is 3 x 3, alleen dan met een extra 0)
3 x 4 =  12
Dat bij elkaar optellen geeft 102.
Dus het antwoord is: 3 x 34 = 102.

Ook hierbij geldt dat veel oefenen het makkelijker maakt om deze som op te lossen.
Voor het oplossen van de sommen kun je ook de rekenmachine gebruiken om dingen na te rekenen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *